1924 ’t Is geen lolletje

Revue Gennep

Wiel van Dinter

De eerste Gennepse revue bleek een doorslaand succes. Het op toneel belichten van lokale toestanden in gedramatiseerde zang, de showelementen met bonte kostuums, lichteffecten en verrassende decors waren nieuw voor Gennep. Men praatte nog dagen over het op de hak nemen van beleidspersonen en zaken. Dat smaakte naar meer!

Werkwijze

Dus duikt Gerit van Bergen in zijn berg papieren. Hij pleegt namelijk altijd potlood en papier bij zich te hebben om ideeën en invallen direct op te schrijven. Thuis werkt hij een en ander uit of hij verzamelt allerlei stukjes papier in een schoenendoos ‘voor later’. Rondom een centraal thema rangschikt hij zijn notities en werkt die schematisch uit. Vragen en suggesties van mensen om hem heen stimuleren hem zich nog eens aan het werk te zetten. Zo ontstaan langzaam de taferelen voor een nieuwe revue.

Favoriet

Het behaalde succes met de eerste revue sporen ‘Gennep Vooruit’ en zijn auteur aan tot een tweede. Zij durven het zelfs aan niet één maar twee speelavonden te plannen. Ze kiezen voor 2 en 3 maart 1924 (karnaval). Stof heeft Gerrit van Bergen genoeg nu hij gemerkt heeft dat thema’s die dicht bij de mensen staan en onder het publiek leven het goed doen. Actuele, plaatselijke situaties en voorvallen, vermengd met lichte iromie, spot en humor, blijken favoriet.

Onderwerpen

G. van Bergen geeft de revue als naam mee: ’t Is geen lolletje. De plaatselijke verkiezingen komen aan bod. Door teksten in het Genneps dialect versterkt hij het lokale karakter van de onderwerpen. De twee mannen van de plaatselijke pers Bolletje en Lolletje uit de vorige revue zijn wegens groot succes geprolongeerd. Accijnsverhoging op alcohol en tabak, de rijwielbelasting en thema’s als liefde, kaartspelen en … boemelen (karnaval) wisselen elkaar af. Een actueel onderwerp is de drankzucht van de werkloze vader, aan de kaak gesteld door zijn treurend, lieftallig dochtertje.

Paas-, kerst- en bruidsklokken hebben hun eigen lied en vormen een schril contrast met het faillissement van de Gennepse Hanzebank en de aanklacht tegen het mager pensioentje van de afgezwaaide beroepsmilitair, de loud-koloniaal. Het lied van de Gennepse stadspompen probeert het leed van de heersende malaise (werkloosheid) te verzachten. De grondtoon van de revue is duidelijk: het dagelijks leven, ’t is geen lolletje!